Waarom haakt mijn lezer af?



Schrijf je voor een breed publiek? Of voor een andere doelgroep dan waar je zelf toe behoort? Hou dan het taalniveau  van je lezers in de gaten. Sterker nog, ga zelf op de stoel van je lezer zitten. Wie is die lezer eigenlijk? Probeer een concrete persoon voor de geest te halen. Maak het hem of haar in elk geval zo makkelijk mogelijk. Want anders haakt je lezer af.

Wees lezer van je eigen tekst

In m’n vorige blog gaf ik aan hoe belangrijk het is je in je lezer te verplaatsen. Dus zelf je eigen lezer te zijn. Dat riep veel reacties op. Daarom nu tips om te zorgen dat die lezer niet voortijdig afhaakt. Probeer je voor te stellen dat je zelf je eigen lezer bent. En dat je weinig tijd of weinig  zin hebt om informatie tot je te nemen. Lees je tekst ook zo. Of vraag je collega dat te doen. En laat weg wat je niet wilt weten.

Neem je lezer bij de hand

Maak inhoudelijke kopjes en tussenkopjes en geef in de eerste zin van een alinea de kernboodschap weer. Zo maak je het je lezers makkelijk en weten ze snel wat ze moeten weten.

Weinig tijd

Werk met bullets of streepjes als je lezer weinig tijd heeft. Het dwingt je zelf ook om efficiënt te schrijven. Rangschik naar volgorde van belangrijkheid en zet kernwoorden cursief, vet of in hoofdletters.

TIEN TIPS VAN DE LEZER

  1. Verplaats je in mij als lezer.
  2. Denk na over de boodschap die je mij wilt overbrengen. Probeer die in één zin te vatten.
  3. Jij bent de deskundige. Selecteer wat echt belangrijk is voor mij als lezer. Wat moet ik echt weten?
  4. Schrijf zo scherp, zo kort en zo duidelijk mogelijk.
  5. Beperk je tot de kernpunten. Lange stukken hebben geen effect: ik lees ze toch niet.
  6. Werk meer met plaatjes of figuren. Beeldtaal kan krachtiger  zijn dan woorden.
  7. Schrijf sprekend, actief en makkelijk.
  8. Zorg dat ik als lezer in één oogopslag snap waar het om gaat. Schrap alle overbodige woorden en laat weg wat tussen haakjes staat.
  9. Een tekst maak je niet korter door een kleiner lettertype te gebruiken.
  10. Schrijf op mijn taalniveau.

Wat is een taalniveau?

De Raad van Europa  heeft een internationale taallat vastgesteld: het Gemeenschappelijk Europees Referentiekader voor Talen. Deze taallat onderscheidt 6 taalniveaus om de moeilijkheidsgraad van teksten te meten. Het laagste niveau is A1. Daarna komen A2, B1, B2, C1 en C2. C2 is het hoogste taalniveau. Mensen met een hbo- of universitaire opleiding kunnen dat niveau aan.

95% van de Nederlanders begrijpt taalniveau B1

Corporaties, maar ook overheden en bedrijven schrijven hun teksten meestal op taalniveau C1. Veel mensen kunnen die teksten niet goed begrijpen. Dat geldt voor ongeveer 60% van de Nederlanders. Maar bijna 95% van de bevolking, bijna iedereen dus, begrijpt een tekst op taalniveau B1. Ook mensen die hoog opgeleid zijn lezen trouwens liever teksten op taalniveau B1 dan op taalniveau C1.

Nationale Ombudsman

Volg het advies van de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer: “Schrijf publieksteksten in eenvoudige taal. Anders begrijpen mensen absoluut niet waar het over gaat. Laten we niet vergeten dat slechts 5% van de Nederlanders hooggeletterd is. En juist die 5 % schrijft die publieksteksten”.

Tags: , ,


Reageer